Snijgassen bij lasersnijden
Bij het lasersnijden speelt het snijgas een onmisbare rol. De laserstraal smelt het metaal plaatselijk; het snijgas wordt door de snijkop meegevoerd en blaast het gesmolten materiaal uit de snede. Zo versmelt het materiaal zo min mogelijk opnieuw met het werkstuk en blijft de braamvorming beperkt.
De keuze van het snijgas bepaalt mede de snijsnelheid, de maximale plaatdikte, het gasverbruik en vooral de kwaliteit van de snijkant. Doorgaans wordt gekozen uit stikstof, zuurstof of perslucht. Bij Contour werken wij uitsluitend met stikstof, voor een schone, oxidevrije snijrand die direct geschikt is voor vervolgbewerkingen zoals lassen of poedercoaten.
De drie snijgassen
Stikstof (N₂)
Stikstof is een inert gas: het reageert nauwelijks met het verhitte metaal. De laser smelt het materiaal en de stikstof blaast de smelt weg. Dat gebeurt meestal onder hoge druk, vaak tussen 10 en 30 bar, afhankelijk van materiaal, dikte en snijkop. Doordat er geen zuurstofreactie plaatsvindt, ontstaat een schone, oxidevrije snijrand die niet verkleurt of vervuilt. De snijkant is direct geschikt om te lakken, poedercoaten of lassen; ontbramen of kanten breken kan nog wel nodig zijn om geometrische of functionele redenen. Stikstof vraagt een hoger gasdebiet en hogere druk dan zuurstof en snijdt op dik constructiestaal soms langzamer, maar levert de schoonste snijkant. Het is het gangbare snijgas voor roestvast staal en aluminium, en wordt ook voor constructiestaal gebruikt waar een oxidevrije kant gewenst is.
Zuurstof (O₂)
Met zuurstof verloopt het snijden reactief: het gesmolten staal reageert met de zuurstof. Dat verbrandingsproces (een exotherme reactie) levert extra energie, waardoor met hetzelfde laservermogen hogere snijsnelheden of grotere materiaaldiktes haalbaar kunnen zijn. Zuurstof wordt vooral toegepast bij constructiestaal; voor RVS en aluminium is het meestal ongeschikt wanneer een schone kant vereist is. Het nadeel is een oxidehuid op de snijrand. Die oxidelaag belemmert de hechting van poederlak en kan het lassen verstoren, en moet in veel gevallen worden verwijderd. Zuurstof geeft dus een minder schone, maar bij dik staal soms efficiënte snede.
Perslucht
Perslucht bestaat voor ongeveer 78% uit stikstof en 21% uit zuurstof. Het is vaak het voordeligste snijgas, omdat het ter plekke met een compressor kan worden opgewekt in plaats van als gas te worden ingekocht. Voor lasersnijden moet de lucht wel droog, schoon en olievrij zijn; gewone werkplaatslucht is daarvoor niet zomaar geschikt. Door het zuurstofaandeel ontstaat lichte oxidatie van de snijkant. Perslucht is daarom vooral geschikt voor dunnere plaat of toepassingen waar lichte verkleuring en een iets minder schone kant aanvaardbaar zijn.
Snijgassen vergeleken
| Snijgas | Werking | Snijkant | Typische toepassing |
|---|---|---|---|
| Stikstof (N₂) | Inert, blaast de smelt weg | Schoon, oxidevrij, direct lakbaar en lasbaar | RVS, aluminium en schoon constructiestaal |
| Zuurstof (O₂) | Reactief, levert extra energie bij staal | Oxidehuid, vaak nabewerken | Dik constructiestaal |
| Perslucht | Droog en schoon mengsel van N₂ en O₂ | Licht geoxideerd | Dunne plaat |
Contour snijdt met stikstof
Bij Contour kiezen we bewust voor stikstof als enig snijgas. Zo leveren we standaard een schone, oxidevrije snijrand die direct geschikt is voor poedercoaten, lassen en verdere plaatwerkbewerking. Er is geen extra bewerking nodig om een zuurstofhuid te verwijderen; ontbramen of kanten breken blijft alleen aan de orde wanneer de functie, veiligheid of uitstraling van het product daarom vraagt. Deze keuze borgt een constante, hoge kwaliteit van onze plaatwerkonderdelen, of het nu om roestvast staal, aluminium of staal gaat.
Meer weten over het snijproces zelf? Lees over de techniek achter de laser en fiberlaser of ga terug naar het overzicht lasersnijden.

Veelgestelde vragen over snijgassen
“We hebben een collegiaal team. We zijn harde werkers, maar met iedereen kun je lachen.”